Gek in de Gevangenis
Impressie van de BONJO-themaconferentie over tbs en longstay.
Steeds meer mensen belanden in longstay-afdelingen en tbs-klinieken. Is dat een goede ontwikkeling? Hoe lang gaat dat nog door? Welke visie schuilt daarachter? En hoe is het eigenlijk gesteld met de zorg in die forensische wereld?
Op 27 mei jl. organiseerde BONJO een themaconferentie met een bijzonder programma. In het schitterende Bethaniënklooster in Amsterdam lieten vooraanstaande sprekers onder voorzitterschap van Humanitas-directeur Lodewijk de Waal hun licht schijnen op een boeiend onderwerp. Het werd een bijzonder leerzame en inspirerende middag.
________________________________________
Sprekers
Dr. Jacqueline Hochstenbach
Hoofd behandelzaken en hoofd kenniscentrum Oostvaarderskliniek te Almere.
Mr. drs. Rembrandt Zuijderhoudt
Jurist en psychiater, lid van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).
Drs. Bart van Dekken
Directeur Interfocus Consultancy, psycholoog en orthopedagoog, lid van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).
Prof. dr. Corine de Ruiter
Hoogleraar Forensische Psychologie aan de Universiteit van Maastricht.
Mira de Vries
Voorzitter MeTZelf (Vereniging voor Medische en Therapeutische Zelfbeschikking).
Toon Walravens
Zorgconsulent GGzE, ervaringsdeskundige begeleider.
Voorzitter: Lodewijk de Waal, directeur Humanitas.
_________________________________________
Dr. Jacqueline Hochstenbach
Hoofd behandelzaken en hoofd kenniscentrum Oostvaarderskliniek te Almere.
"De huidige strafrechtspraktijk in Nederland doet geen recht aan de meest kwetsbare psychiatrische patiënten die het contact met de alledaagse realiteit verloren hebben. Door betere en vroegere signalering, preventie en adequate behandeling zou veel leed voorkomen kunnen worden.”
Mevrouw Hochstenbach merkt op dat de berichtgeving over tbs over het algemeen een negatieve toonzetting heeft. Meestal gaat het nieuws over een patiënt die zich heeft onttrokken aan behandeling. Tbs is echter een waardevol systeem, concludeerde de Commissie Visser.
De volgende (knel)punten spelen een rol bij longstay:
-
De algemene opinie is over het algemeen negatief.
-
De term longstay is beladen.
-
Voor de rechterlijke macht is het bestaan van de longstay in meerdere opzichten lastig. Plaatsing in een longstay-instelling (na uitzitten van detentie en behandeling in tbs) is niet wat de rechter had beoogd. Het streven bij het opleggen van een tbs-maatregel is immers gericht op resocialisatie.
-
Vanwege incidenten zijn de verlofregels voor tbs- en longstay-inrichtingen onder maatschappelijke en politieke druk aangescherpt. Dit betekent dat onbegeleid verlof niet meer is toegestaan en er is dubbele begeleiding bij verlof.
-
De risicotaxatie van de verlofregels is aangescherpt en verlofbegeleiders worden extra getraind.
-
Er wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van een knieslot.
Explosieve groei
Volgens de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) maakt longstay een explosieve groei door: in 2003 waren er 62 voorzieningen en op dit moment 162. De verwachting is dat het aantal plaatsen tot het jaar 2010 zal stijgen en daarna stabiel blijft. Vóór realisatie van de longstay werden (potentiële) longstay patiënten in diverse klinieken van de GGZ geplaatst. Het aantal patiënten is met de komst van de longstay niet gestegen. Ze waren er al en vormden een vergeten groep. Eén van de voordelen van longstay-voorzieningen is dat hulpverleners zich goed kunnen concentreren op de doelgroep en daarmee de behandelmogelijkheden kunnen aanpassen.
Definitie longstay
De cliënten in longstay-instellingen bestaan uit tbs’ers bij wie de behandeling onvoldoende is aangeslagen. Terugkeer naar de maatschappij is daarom niet wenselijk. Van de tbs’ers heeft 70% vóór plaatsing al te maken gehad met diverse vormen van hulpverlening. De hulpverlening kon in deze gevallen echter niet voorkomen dat mensen opnieuw in de fout gingen. Dit falen van de hulpverlening kan een argument zijn om patiënten in de longstay niet te behandelen. Behandeling kan echter wel degelijk zinvol zijn, omdat een substantieel deel van de cliënten uitstroomt naar een tbs- of GGZ-kliniek of naar een (begeleide) zelfstandige woning. Een ander deel van de cliënten stroomt uit na uitspraak van de RSJ.
Een deel van de opgelegde straf door de rechter is bedoeld als vergelding. Na het uitzitten van een derde van de straf mag behandeling worden gestart en na het uitzitten van tweederde van de straf mag iemand met verlof. Tijdens detentie kan de behandeling dus niet direct van start gaan. Vanwege capaciteitsgebrek wachten gedetineerden vaak zelfs na het uitzitten van een derde van hun straf nog op behandeling. In andere landen dan Nederland wordt er sneller preventief en gedwongen behandeld bij ‘afwijkend’ gedrag.
Incidenten
Het is aan te bevelen om tbs- en longstay-voorzieningen te centraliseren. Per 1 januari 2007 is het budget voor longstay van VWS naar Justitie overgeheveld. Doel hiervan is om opgedane kennis te bundelen, de samenwerking te verbeteren en een betere doorstroom naar vervolgvoorzieningen te garanderen. Omdat de verlofregels na enkele incidenten onder maatschappelijke en politieke druk op diverse punten zijn aangescherpt, wordt de uitstroom uit de tbs- en longstay-voorzieningen helaas belemmerd.
Het onveilige gevoel dat in de samenleving heerst als het gaat om recidive bij verlofgangers is niet gestoeld op cijfers. Als de longstay onder maatschappelijke druk wordt afgeschaft en patiënten worden teruggeplaatst in tbs- of GGZ-klinieken, dan gaat de opgedane expertise helaas verloren.
Mr. drs. Rembrandt Zuijderhoudt
Jurist en psychiater, lid van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).
De heer Zuijderhoudt benadrukt dat hij op persoonlijke titel spreekt en een voorstander is van een onafhankelijke en humane rechtstoepassing. Daarom is hij voorzichtig met zijn uitspraken.
Levenslang
De RSJ is niet per definitie tegen de longstay. Maar als iemand ‘gek’ is dan hoort zo iemand behandeld te worden in de GGZ. Bij de totstandkoming van de longstay werd verzekerd dat deze bedoeld was voor maximaal twintig personen. Dat zijn er ruim 260 geworden. Of het bestaan van longstay-voorzieningen ongewenst is hangt af van hoe je er naar kijkt. Mensen worden op een nette manier behandeld en de rechtspraak is meestal gedegen en goed. Daar staat tegenover dat de longstay niet is wat de rechter voor ogen had bij het opleggen van de straf: namelijk straf en tbs. Vanuit dat oogpunt gezien is de longstay kwalijk, omdat iemand in theorie tot in het oneindige in longstay kan zitten.
De heer Zuijderhoudt adviseert alle aanwezigen om het eerste hoofdstuk van de Commissie Visser te lezen. Door het vervangen van de wet BOPZ is er minder juridische rompslomp en wordt meer gekeken naar wat mensen echt nodig hebben. Of de groei van het aantal patiënten in de longstay-voorzieningen gelijk loopt met de kwaliteit van de hulpverlening laat hij zien door een casus te presenteren van een gefingeerde patiënt ‘Peter’.
Gebrekkige hulpverlening
Bij Peter gaat er vanaf zijn jeugd een heleboel mis. Hij komt uit een eenvoudig gezin, vader is landarbeider en moeder is erg ziekelijk. Peter is affectief en emotioneel verwaarloosd, is erg speels, haalt kattenkwaad uit, is baldadig en verzet zich tegen gezag. Op de middelbare school is er één onderwijzeres die hem met zachte hand kan sturen. Peter verlaat zijn school zonder diploma en is met 17 jaar psychotisch. Hij laat zich vrijwillig opnemen in een psychiatrische inrichting. Wil geen medicatie nemen en belandt in separeer. Vanwege sluiting van een kliniek in de bossen komt hij in een kliniek in de stad terecht. Krijgt een RM, maar vanwege plaatsgebrek vervalt deze na een jaar. Pleegt een delict waarvoor hij tbs met dwangverpleging krijgt. Krijgt een baantje buiten de kliniek. Mag na een akkefietje niet naar buiten en verliest zijn baan. Peter wordt uiteindelijk opgenomen in een longstay. Had dit anders gekund? De rechters hadden bij het opleggen van de straf in ieder geval de overtuiging dat Peter tijdens de maatregel adequaat zou worden behandeld.
Drs. Bart van Dekken
Directeur Interfocus Consultancy, psycholoog en orthopedagoog, lid van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).
De heer van Dekken is voorstander van een humane rechtsbejegening. Hij begint zijn presentatie met een verklaring van een aantal termen en uitdrukkingen:
Wat is gek? Volgens de Dikke van Dale: krankzinnig, gebrek aan gezond verstand.
Verstand: het vermogen om te denken en te begrijpen.
Gevangenis: gebouw waarin personen in verzekerde bewaring zitten.
Politiek
Bij een aantal patiënten in de longstay is de kans op recidive groot. Als iemand vanuit tbs of longstay recidiveert, is het voor de politiek erg makkelijk om te scoren. De wetgeving is daarom op een aantal punten al aangepast. Bij de aanpassingen lijkt het erop dat repressie een doel op zich is geworden: liever tien onschuldig vast dan één schuldige op vrije voeten. Om te voorkomen dat iemand recidiveert, is het hebben van woning en werk erg belangrijk. Daarnaast heeft ieder individu natuurlijk nog de persoonlijke keus om wel of niet te recidiveren. Op zich hoeft het niet erg te zijn dat er meer mensen in tbs zitten, als er achter de tbs een gedachte zit. Dat er meer mensen in de longstay zitten is wel erg. De RSJ heeft zich als taak gesteld gevraagd en ongevraagd advies aan de betrokken minister te geven over dit onderwerp.
Mira de Vries
Voorzitter MeTZelf, Vereniging voor Medische en Therapeutische Zelfbeschikking.
De forensische psychiatrie dient om mensen op te bergen, twijfels van de rechter te verhullen en gaten in ons rechtssysteem te vullen.”
Mevrouw De Vries geeft een definitie van forensische psychiatrie: alle handelingen die door deskundigen worden gedaan in opdracht van justitie. Een dokter of wetenschapper overtuigt Justitie ervan of iemand schuldig is of onschuldig. Uit de zaak van Lucia de B. en de Schiedammer parkmoord wordt echter duidelijk dat gedragsdeskundigen ook fouten kunnen maken. Met het opleggen van tbs door de rechter geeft hij het recht uit handen. Bij tbs staat het immers niet vast wanneer iemand op vrije voeten komt. Dit gebeurt met de overtuiging dat het in het belang van de dader is, want deze krijgt tijdens de tbs hulp aangeboden. De aangeboden hulp moet echter wel adequaat zijn en dat is bij tbs niet het geval vindt mevrouw De Vries.
Wetenschappelijk
De wetenschap van de ziel (psyche) is niet te meten. Bij wangedrag zij er te veel variabelen waardoor er geen vergelijkingen getrokken kunnen worden. Geneeskunde is de kunst om te genezen. Psychiaters kunnen niet genezen. Zij spreken zelf van het managen (beheersen) van de kwaal. Mevrouw De Vries stelt dat patiënten in de psychiatrie eerder slechter dan beter worden van de behandeling.
Toon Walravens
Zorgconsulent GGzE, ervaringsdeskundige begeleider.
De psychische zorg in de gevangenissen moet verbeteren ter voorbereiding op de behandeling in en na detentie. Hoe kan de ervaringsdeskundige hier een bijdrage aan leveren?”
Voorlichting
De heer Walravens is in tegenstelling tot de vorige spreekster veel positiever over de psychiatrie. Hij heeft door zijn behandeling meer zelfinzicht gekregen en is ervan overtuigd dat hij hier niet had gezeten als hij niet behandeld was. Hij vindt echter ook dat er nog veel verbeterd kan worden. Tijdens de behandeling word je bijvoorbeeld niet voldoende voorbereid op terugkeer in de maatschappij. Na detentie heb je geen woning, geen werk of dagbesteding. Bovendien is iemand die vrijkomt niet voorbereid op de keiharde beeldvorming die er in de maatschappij heerst over tbs-patiënten. Het budget voor de nazorg wordt nu verdeeld onder meerdere zogenaamde casemanagers. Dit zou volgens de heer Walravens beter gecentraliseerd kunnen worden.
Om de psychische zorg in de gevangenissen en de behandeling in en na detentie te verbeteren geeft de heer Walravens voorlichting aan PIW’ers, scholen en diverse gemeentelijke instanties. De GGzE werkt uitsluitend met vrijwilligers. Er is echter veel schroom vanuit organisaties om een vrijwilliger te koppelen aan iemand waar ‘een steekje aan los zit’.
Prof. dr. Corine de Ruiter
Hoogleraar Forensische Psychologie aan de Universiteit van Maastricht.
De huidige strafrechtspraktijk in Nederland doet geen recht aan de meest kwetsbare psychiatrische patiënten die het contact met de alledaagse realiteit verloren hebben. Door betere en vroegere signalering, preventie en adequate behandeling zou veel leed voorkomen kunnen worden.”
Wegens ziekte heeft mevrouw De Ruiter zich als spreker afgemeld voor de conferentie. Hieronder is de tekst van haar abstract opgenomen.
Zorg voor psychisch kwetsbare mensen in het strafrecht
prof.dr. Corine de Ruiter, Maastricht University
Steeds vaker lezen we in de krant over plotselinge geweldsuitbarstingen van individuele personen die zomaar ‘uit het niets’ lijken te komen. Denk aan de man die een politieagent aanviel op een bureau in Slotervaart, de man die in oktober 2006 bij de Sociale Dienst in Zeist drie medewerkers met een mes verwondde, en de dramatische geweldsuitbarsting van de Koreaanse student Cho op de Virginia Tech University in de VS in april 2007. In al deze gevallen bleek er sprake te zijn van ernstige psychische problemen, meestal een psychose, bij de dader.
Een psychose heeft vaak een lange aanloop, en door betere en vroegere signalering, preventie en adequate behandeling zou veel leed voorkomen kunnen worden. Maar wat als vroeg ingrijpen achterwege blijft en iemand toch onder invloed van een psychose een geweldsmisdrijf pleegt? In Nederland komen deze gevallen bijna altijd in het strafrecht terecht, met alle schadelijke gevolgen van dien. In detentie kan iemand die aan een psychose lijdt niet adequaat behandeld worden, en hoe langer een psychose onbehandeld blijft, hoe meer permanente schade aan het brein wordt toegebracht. In veel andere landen worden deze mensen onmiddellijk in een psychiatrische kliniek opgenomen, en ontslagen van rechtsvervolging.
In deze lezing wordt met een aantal voorbeelden geïllustreerd dat de huidige strafrechtspraktijk in Nederland geen recht doet aan de meest kwetsbare groep psychiatrische patiënten, namelijk de groep die het contact met de alledaagse realiteit verloren is.
Afsluiting
Voorzitter Lodewijk de Waal sluit deze boeiende middag af. Onbevangen is hij de conferentie ingegaan, maar inmiddels maakt hij zich zorgen over het aanscherpen van de regels en de negatieve beeldvorming ten opzichte van tbs en longstay. Het huidige beleid lijkt meer gericht op veiligheid en minder op adequate behandeling. Het is prijzenswaardig dat de Commissie Visser zijn rug recht heeft weten te houden.
Alle sprekers worden ten slotte van harte bedankt voor hun prikkelende bijdrage en ontvangen uit handen van BONJO beleidscoördinator Job Joris Arnold het luisterboek ‘Mensenrechten’ van Bart Stapert en een mooie bos bloemen.
